Overweging

Overweging
Rob Stricker, lid van de raad van toezicht van het Maxima, leidde mij in het voorjaar  in dit unieke centrum rond.  Ik sprak met wetenschappers, met artsen, met vrijwilligers en allemaal spraken ze met passie. Tussen de programmaonderdelen, zittend op een bankje in de centrale hal, volgde ik een schoonmaker op weg naar de kantine, uit haar ooghoek zag zij iets op de grond achter de prullenbak liggen, ze draaide zich om en raapte het op. Ook zij doet haar werk  met passie. 

Het werk wordt hier met zoveel inzet en toewijding gedaan dat je er bijna in religieuze termen over wilt spreken. Datzelfde gevoel had ik ook toen ik het artikel van Mirjam de Visser las in een van de laatste nummers van ‘Op Weg’. Toewijding en inzet die religieuze gevoelens oproepen, zonder dat het woord God valt, kan dat? 

Volgens de Amerikaanse theoloog Paul Tillich (1886-1965) wel en zo komt hij tot een beter verstaan van wat geloof is. Kernbegrip in zijn denken is ‘ulimate concern’. Betrokkenheid waardoor het leven diepgang krijgt. Zoveel in ons leven speelt zich aan de oppervlakte af. Het zijn de dingen die we gedachteloos doen, de gerichtheid op spullen, het gesprek over het weer. We dreigen ding onder de dingen te worden. In de geseculariseerde wereld gaat het niet meer over de vraag naar de zin van het bestaan. Voor Tillich is het stellen van deze vraag de kern van religieus zijn. Zijn invulling van religie is dus niet verbonden met de uiterlijke kenmerken van geloof, zoals naar de kerk gaan of bidden of welk gebruik dan ook. Ook die kunnen gedachteloos gedaan worden uit gewoonte of als opgelegde norm zonder passie of uiterste betrokkenheid.

Tillich tekent de religieuze mens als iemand die ergens door gegrepen is. Dat kan via een opvoeding. Het kwam naar hem of haar toe en het ging nooit meer weg. Zo kun je spreken over gelovigen, maar ook over de wetenschaper of de kunstenaar de dokter en de docent. Zij dienen de menselijkheid en zijn niet bereid het op te geven, ook niet als een tiran dat van hem of haar zou eisen. Dat komt omdat ze ‘gegrepen zijn’. We kunnen het niet zelf ‘maken’ en we kunnen niet zeggen: ‘ik ga dit of dat tot mijn ‘uiterste zorg’ maken, want het heeft ons al gegrepen (te pakken), al voordat we er over beginnen na te denken.

Het kan ook dat  een of andere vorm van ‘ultimate concern’, van buitenaf op ons toekomt. Dat geldt voor de missionaire situatie of voor de situatie, die we doorgaans die van ‘bekering’ noemen. En er zijn ook minder dramatische manieren. Plotseling tijdens het lezen van een boek of in gesprek met een vriend of het luisteren naar muziek, vindt er bij ons een ‘klik’ plaats en dan plotseling is het er! Het woord ‘gegrepen’ komt eigenlijk uit het Duits. Het betekent eigenlijk alleen, dat we het niet zelf ‘maken’, maar dat we het in onszelf ‘vinden’. Het kan zich geleidelijk ontwikkeld hebben, maar soms is het het resultaat van een dramatische ervaring. 

In een preek spreekt Tillich over ‘gearresteerd worden door God’. Er zijn vele termen voor het begrip gegrepen zijn. 
Dit begrip ‘Uiterste betrokkenheid’ maakt dat de vraag naar de zin van het leven weer gesteld wordt op alle terreinen van het leven. Niet meer ding onder de dingen, maar mensen tussen mensen en dan spreken we over de liefde. De liefde is het meest krachtige en belangwekkende aspect van de religie. Om het iets anders te definiëren: de liefde is de drijvende kracht om weer bijeen te brengen wat van elkaar gescheiden was, om te helen wat ziekte, ongeluk, onmacht en onwil heeft stuk gemaakt. Liefde vraagt om passie. Geloof vraag om gegrepenheid. 

Henco van Capelleveen
terug