Overweging Overweging
Het is een vreemde tijd. Mensen voelen zich ontheemd. Eenzaamheid en verveling liggen op de loer.
Deze situatie laat zich vergelijken met de Bijbelse ballingschap. Het volk Israël is weggevoerd naar Babel en daar in den vreemde, ver weg van het vertrouwde, moeten ze zien te overleven. Het houvast van de tempel is er niet meer. De vaste verhoudingen zijn zoek, gemeenschappen zijn uit elkaar getrokken. De een zit hier, de ander daar. Iedereen moet zelf zoeken naar houvast. Hoe houd je moed, waarin bestaat je geloof? Zijn er teksten uit de Bijbel die je dan houvast geven?
Ik probeerde het met de Psalmen. Ik begon bij de laatste Psalm 150 en dan zo terug. In Psalm 145 bleef ik hangen bij vers 14. ‘De HEER schraagt allen die vallen’. Ik gebruik voor mijzelf een oude vertaling, de NBV zegt: ‘Een steun is de HEER voor wie is gevallen’.
Met nog meer aandacht ging ik deze Psalm lezen. Het is een alfabetische psalm, want alle letters komen daar een voor een aan de beurt. Wie nog een Statenvertaling heeft kan dat zo zien, de Hebreeuwse letters staan voor de versregels. Opvallend is dat er een letter ontbreekt. De letter nun, zeg maar de Hebreeuwse ‘n’ wordt overgeslagen. De rabbijnen zeggen: de nun ontbreekt, omdat het woord nafal, vallen, begint met een nun en dat slaan we over. Hier in deze Psalm gaat het erom dat mensen niet vallen ‘Hij ondersteunt degenen, die vallen’.
Maar ik zie ’s avonds op het journaal heel veel mensen onderuitgaan. Mensen die hun baan verliezen, kinderen die niet meer naar school gaan, gebieden waar honger het gevolg is van het corona virus. De economische ramp, de humanitaire ramp is misschien nog wel erger dan de gezondheidscrisis.
Even verder in Psalm 145 komen we de bekende woorden tegen die als tafelgebed voor de maaltijd worden gebruikt. ‘Aller ogen wachten op U en U geeft hun te zijner tijd hun spijze. U doet uw hand open en verzadigt al wat leeft.’ We moeten bij deze regels niet gelijk naar boven kijken op zoek naar een God die alles eerlijk voor ons verdeelt. Het is veeleer de verwondering over de overvloed die ons ter beschikking, ter hand wordt gesteld. Met de boodschap erbij: doen jullie dan ook je hand open en verdeel eerlijk wat er is.
Negenmaal wordt de Naam van God genoemd, zo aanwezig, zo nabij wil God zijn. Ook in de vreemde, in de ellende is Hij er. Ook in Babel is Hij koning. ‘Ik zal U verheffen, mijn God, o Koning’, daarmee begint Psalm 145. Een koning die benaderbaar is, die je om raad kunt vragen. Het doet denken aan de verhalen over Salomo. Koning Salomo kreeg niet alleen bezoek van de koningin van Scheba, hij stond ook de hoeren te woord. Zo’n koning is bij alle verhevenheid geen president die in al zijn domheid zijn zin wil hebben. Deze koning trekt voor wie achtergesteld is. Hij is nabij allen die Hem aanroepen, Hem aanroepen in waarheid.
Ook in Babel is God koning en dat geeft hoop. Hij is de koning der wereld ook in deze tijd van corona.

Henco van Capelleveen
terug