Overweging Overweging
Ook alle theatervoorstellingen liggen stil en de acteurs zitten thuis. De toneelregisseur Ivo van Hove heeft in deze Corona tijd een mooi initiatief genomen. Acteurs lezen elke dag een verhaal voor. In de veertiende eeuw beschreef de Italiaanse dichter Boccaccio in Decamerone hoe een groep van tien jonge mensen Florence ontvlucht, waar de pest heerst. Ze vertellen elkaar verhalen tijdens hun geïsoleerde bestaan om de dagen door te komen en moed te houden.
Nu wij binnen moeten blijven kunnen wij elkaar ook verhalen vertellen om moed te houden, hoop te vinden, troost te bieden. De crisis roept nieuwe vormen van samenzijn op. Maar hoe nieuw is dit? De kerk doet dit al meer dan twee duizend jaar. Elke week komen mensen samen om een verhaal te horen dat hen steun wil geven. Nu we niet meer samen mogen komen, hebben we via de kerkomroep de diensten gewoon door laten gaan. De Bijbelse verhalen worden week aan week verteld. Juist in deze tijd vertellen de paasverhalen over bevrijding en een nieuw begin.
In de Synagoge wordt met Pasen het Bijbelboek Hooglied gelezen. Juist omdat we zo op afstand van elkaar leven is het goed om dit boek over verlangen van een meisje naar een jongen elkaar voor te lezen. Twee mensen verlangen naar elkaar, dromen over hun liefde. Het verlangen wordt heel lijfelijk verteld. Vasthouden en vastgehouden worden. Maar het is meer. Verlangen is een hoopvol uitzien, het zoeken naar wat nog niet is. Verlangen is wezenlijk anders dan begeren. Bij begeren past het hulpwerkwoord ‘hebben’, bij verlangen het woord ‘zijn’. Begeerte zoekt de ander als object, een verlangend mens wil de ander ontmoeten om iets te geven.
Het is een lied van verlangen en dat maakt dat het geen samenhangend verhaal is. Af en toe is het niet logisch wat er verteld wordt. De eerste zin spreekt van een verlangen dat mijlenver weg is. Maar in vers twee doet het meisje als of haar geliefde naast haar staat en spreekt ze hem rechtstreeks aan. Wat onlogisch lijkt is juist de logica van de liefde. Het is meer de taal van een droom, de beelden volgen elkaar op zonder dat er samenhang tussen lijkt te zitten. Hooglied is geen samenhangend verhaal, het is een heel beeldend verhaal.
Misschien is het naïef, maar daarom ook heel bevrijdend. Niet meer de ijzeren logica van een wereld met haar wetmatigheden van wat kan en niet. Hier worden we aangesproken in beelden en worden we geraakt in onze eigen onlogische verlangens. Verlangens die we niet prijs hoeven te geven aan de logica. Verder dan de werkelijkheid reiken de verlangens, liefde is per definitie onlogisch. Geloof is dat ook. Geloof is niet je neerleggen bij alles wat niet kan. Geloven is openstaan voor de werkelijkheid waar verlangen een kans krijgt. Het verhaal vertelt van het verlangen naar de ander en dat is nu voelbaarder dan ooit. Het verlangen is wel een gevuld verlangen. De lust van het leven is opstaan, opstanding, opstand tegen alles wat het leven schaad en schendt. De lust in ons die ons het leven doet proeven, is tegelijk afkeer van alles wat niet te pruimen is.
Meer dan ooit voelen we wat belangrijk is in ons leven. Tijd voor elkaar hebben, zorg naar elkaar bieden. Dat is niet het oude liedje van verlangen. Bijbelse verhalen willen nooit terug naar wat is geweest. Ze wijzen vooruit, naar een tijd dat mensen elkaar zo wie zo vast houden. Verlangen is het hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Hooglied is een nieuw lied van verlangen. Zo heeft God mensen lief onze dierbaren op de intensive care en ook die dagloner in India die geen werk meer heeft en dus geen eten. Hoor maar: Hij spreekt tegen mij: sta nu op, mijn allerliefste (Hooglied 2: 10).

Henco van Capelleveen
terug