Overweging

Overweging
Maar de stal past niet bij de Heer. Later heeft het christelijk geloof dat helemaal recht gezet. Er zijn kathedralen en kerken gebouwd, met torens tot aan de hemel. De voederbak is een groot altaar geworden. We hebben Je-zus omgeven met goud en met wierook, zoveel dat daarmee de geschenken van de drie wijzen tot souvenirs zijn verworden. Nee die schandplek van die stal hebben we rechtgezet, maar met al dat eerbewijs zijn we de bedoeling van het verhaal ook een beetje kwijt geraakt. Heel precies vertaald zegt Lucas: Zijn plaats was niet in de herberg.
Geloof wordt al snel bepaald door heilige huisjes. Toch weten de joodse gelovigen dat de tempel geen heilig huisje mag worden. Elk jaar wordt het gebouwde verlaten om God te dienen onder de blote hemel. Met het loofhuttenfeest zet elke Joodse familie een hutje op in de tuin om daar een week in te verblijven. Ze gedenken de woestijntijd, toen ze als volk 40 jaar onderweg waren uit het slavenhuis Egypte naar het beloofde land. En onderweg in die woestijn waren ze helemaal op Gods zorg aangewezen. Hij gaf hen het manna uit de hemel elke morgen precies genoeg voor een dag. Hij ging voor hen uit en stond achter hen. Geloof is niet de veiligheid van steen en tempel, maar het waagstuk van vertrouwen.
Jezus wordt geboren in een stal. Dat is geen vergissing, dat is met opzet. Het is niet zielig of pech, maar het is bevrijding. Het feest in de stal is een bevrijdingsfeest. Het is om te beseffen dat mensen niet thuis zijn in een wereld van geweld en oneerlijkheid en pech en onrecht. We zijn niet thuis in en onaffe wereld, maar altijd op weg naar een betere wereld.
Kerstfeest wil ons leren dat we er nog niet zijn, nog lang niet thuis zijn. Allemaal leven we op onze eigen plek. Het spreekwoordelijk geworden touwtje uit de brievenbus van Jan ter Louw is een dichte deur geworden. In onze geïndividualiseerde samenleving staat de deur niet altijd gastvrij open. Dat is geen onwil dat kan bijna niet anders meer. We hebben het zo druk, we hebben niet meer de tijd voor een bakje koffie met de buurvrouw. Er is voor hen geen plaats in de herberg.
Heden verkondig ik U grote blijdschap. Wat een vreugde als die weg van het verhaal mensen zo kan treffen dat je er echt mee verder kunt. Als een nieuw vertrekpunt om met hart en ziel en verstand bij God een nieuwe toekomst te zoeken, op weg te gaan en te schuilen als dat nodig is. Het verhaal van Jezus volgen en in navolging, voor de naasten en zichzelf, gastvrij, ruimhartig en barmhartig te zijn. We hebben van Jezus leren bidden: Uw koninkrijk kome en uw wil geschiedde. Tot die tijd is zijn plaats niet de herberg. En zoeken wij de stal, het afdakje op om te horen wat nu die boodschap van welbehagen is.
H. van Capelleveen, met dank aan een artikel van Willem Barnard in Interpretatie
terug