Overweging

Overweging
In onze gemeente hebben we vorig jaar de oude traditie van de sobere maaltijden op donderdagavond weer opgepakt. Ook dit jaar zetten wij de lange tafel weer in de kerk, om daar samen te komen voor brood en soep. De inzet is dit jaar voor het diaconale project Mary’s meals. Zo leer je ontdekken, dat wat je vanzelfsprekend vindt, dat niet altijd is, of in ieder geval anders is. Een sobere maaltijd om te beseffen dat niet elk kind in deze wereld vanzelfsprekend een maaltijd krijgt. 
Zo is de veertigdagentijd ook bedoeld, als een periode waarin we onze manier van leven nog eens tegen het licht houden. Het gaat niet om een vasten als een heilig moeten. Het is opvallend hoe ‘goed doen’ altijd weer moralistische trekken krijgt. Blijkbaar zijn er anderen die precies weten hoe het moet. Vele eeuwen lang heeft de kerk de gelovigen voorgehouden wat zij moesten doen, hoe zij moesten geloven. Dat bleek weinig bevrijdend. Nu wij het allemaal zelf uit moeten zoeken, is de vraag wat moet je doen? Want er is zo veel te doen. Goed doen is niet het moralistische moeten met het geheven vingertje, het is een uitnodiging om het goede te zien. Mooier dan kinderen aan tafel kun je je niet voorstellen. 
Wat moet je doen? Dit is een vraag die om wijsheid vraagt en wijsheid is vaak te vinden in de vele oude joodse verhalen, bijvoorbeeld deze:

‘Moet je doen wat de mensen zeggen?, vroegen de leerlingen aan rabbi Jonathan. Hij antwoordde hen: ‘Neen, want daar wordt je lang niet altijd wijzer van.’ En hij vertelde hen het volgende verhaal. 
De oude Jitzchak en zijn kleinzoon Jazer gingen door de woestijn. Aan een touw voerden zij een kameel mee. De tocht viel hen lang want de zon was heet en de weg was stoffig. Een man, die zij tegenkwamen , vroeg hen verbaasd: ‘Waarom lopen jullie terwijl je een kameel bij je hebt? De Eeuwige heeft toch de kameel aan de mensen gegeven als lastdier!’ ‘Dat is waar’ zei Jitzchak en klom bovenop de kameel.
Even verderop sprak een tweede man hen aan en zei tegen de hooggezeten Jitzchak: ‘Schaamt u zich niet om die kleine jongen te laten lopen, terwijl u zich gerieflijk laat vervoeren?’ Geschrokken liet Jitzchak de kameel neerknielen, stapte in het zand en hielp Jazer zijn plaats in te nemen. 
Het duurde niet lang of een derde voorbijganger zei boos tegen de jongen: ‘Ben jij zo slecht opgevoed dat je je oude grootvader laat lopen, terwijl jij op de kameel zit?’ Met een hoogrode kleur liet Jazer zich op de grond glijden en liep verder. Maar toen de man hen niet meer kon zien, klommen Jitzchak en Jazer allebei op de kameel om zo van de reis te genieten.
Ze zaten nog niet goed en wel op de rug van het dier of een vierde reiziger (een van de partij voor de dieren) riep hen met een boos gezicht toe: ’hoe durven jullie met z’n tweeën op dat arme beest te gaan zitten, het zakt haast door z’n benen’ En opnieuw stonden Jitzchak en Jazer in het zand naast hu kameel. Wat nu?
Toen nam de oude een besluit en sprak tot zijn kleinzoon: ‘Laten we maar samen de kameel dragen, dat lijkt me het beste. De kans is groot dat we iemand tegenkomen, die daar weer wat van te zeggen heeft, maar we kunnen het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken.’ 
En zo zeulden de oude Jitzchak en de kleine Jazer door de woestijn. De eerste had de voorpoten van de kameel over zijn schouders en de tweede ging gebukt onder het achterlijf van het dier. En de tocht viel hen lang, want de zon was nog steeds heet en de weg stoffig.
‘Van wat de mensen zeggen wordt je lang niet altijd wijzer…’ zei rabbi Jonathan tegen zijn leerlingen en schudde hen de hand.

De sobere maaltijd is geen streng vasten, het is lekkere soep met versgebakken brood en allemaal samen aan tafel, leren we zien wat je met elkaar voor goeds kan doen.  

HvC, met dank aan de schat van verhalen die het Joodse geloof heeft voortgebracht.
terug