Overweging

Overweging
‘‘Missionair zijn’ heeft alles te maken met een besef van een ‘missie’ hebben, ‘gezonden’ zijn’, schrijft hoogleraar missiologie Stefan Paas in zijn boek ‘Vreemdelingen en priesters’. Het verwijst naar pogingen om betekenisvol contact te leggen met ande-re mensen met als doel hun leven te beïnvloeden. Het basisprincipe van zending is universeel: zodra een individu of samenleving denkt iets te weten of te kunnen of te hebben dat meer mensen zouden moeten weten, kunnen of hebben, komt een vorm van ‘zending’ op gang’. Denk aan het onderwijs, trainingsprogramma’s, blogs en vlogs enz. De motieven achter zending zijn gevarieerd en deugen lang niet allemaal. Maar vaak komen ze uiteindelijk neer op verantwoordelijkheidsgevoel of enthousiasme.

Diep in mijn hart ben ik altijd missionair geweest. Ik vond van kinds af aan echt leuk en fijn om naar de kerk te gaan. Dus wilde ik anderen graag laten ‘meegenieten’. Als tieners draaiden we al heel jong mee op een camping in Zeeland met het campingpastoraat. Dat wil zeggen: de hele zomer organiseerden we activiteiten voor de campinggasten, vooral voor kinderen. Op zondagmorgen hielden we zelfs kerkdiensten! In Zierikzee deed ik graag mee met het organiseren van zomerconcerten van christelijke popgroepen.

Dus ja, hoe missionair wil je het hebben?

Het was heel serieus allemaal. Maar we voelden er ook iets bij: Enthousiasme. Het woord enthousiasme heeft een Griekse oorsprong (ἔνθεος = en theos) en betekent ‘van God vervuld zijn’. Vol zijn van God. Bezield zijn. En waarom zou je dat niet met anderen delen? Het doet me denken aan de vieringen zoals de Israëlieten deze in de tijd van de Bijbel hadden: vol overgave vierden zij een week lang Loofhuttenfeest. Of herdachten ze het Pesach, vol symboliek. Iedere keer opnieuw stonden zij stil bij Gods grote daden. Of denk ook aan het enthousiasme van de mensen op het Pinksterfeest. En zo mogen wij dat ook op een enthousiaste en bezielende manier doen. Met vieringen in de kerk, misschien wel op school of elders. Samen stilstaan bij wie God is, was en altijd zal zijn.

Op de kerkenraadsdag van mijn opleiding de Missionaire Specialisatie, waar ook onze kerkenraad was vertegenwoordigd, begonnen we met het beeld van een houten krukje, een driepoot. Je hebt immers minstens drie poten nodig waardoor het krukje blijft staan. Als er één van de drie wordt weggezaagd, is het krukje nutteloos geworden. Zo is het ook met de kerk: er zijn mensen binnen, er zijn mensen buiten en God is erbij als onze hulp. Dat is de drieslag waar een levende gemeenschap op steunt. Je kunt geen van de drie weghalen, want dan valt de kerk om.

Ik dank u hartelijk voor uw aandacht voor mijn schrijfsels gedurende meer dan 9 jaar op deze plek in het kerkblad. Het was mij een eer en een genoegen! Ik hoop van harte dat deze gemeente blijft wat zij altijd al was: een hartelijke en lieve gemeente, waar heel veel mogelijk was, waar we vaak experimenteren met vernieuwing en creativiteit, maar waar we ook de traditie in ere houden. Dat wil zeggen: we blijven trouw aan de liturgie waarin we de verhalen over God en de mensen lezen, waarin we bidden en zingen.
We kijken om naar elkaar, maar richten onze blik ook graag naar buiten.

Gegroet en adieu!
Jacqueline Geertse.
terug