Geschiedenis Veenhuizerkerk Geschiedenis Veenhuizerkerk
Rond 1460 is een tufstenen kerkje gebouwd met een houten toren. Aanvankelijk was het een Katholieke kerk die aan de H. Dionysius was gewijd. Na de reformatie werd het een Protestantse kerk behorend bij de Gereformeerde gemeente Oude Niedorp,
Zijdewind en Veenhuizen. In 1862 is een nieuwe kerk gebouwd, die in 1965 is afgebroken. De huidige kerk - een ontwerp van Klaas Nap - is in 1965 gebouwd. Het kerkgebouwtje is in 2005 grondig opgeknapt en heeft daarbij nieuwe leien op het dak gekregen. De aanbouw, waarin het beeld van Brederode ligt, moet nog opgeknapt worden. Gehoopt wordt dat in 2008 met de renovatie daarvan begonnen kan worden.

Oorlogsgraven:   
Op 2 juli 1940 is een Bristol Blenheim IV met drie bemanningsleden beschoten door twee Messerschmidts Bf 109E toestellen. Aangeschoten door de Duitse vliegtuigen is de Blenheim om de kerk van Veenhuizen gevlogen om een landingsplaats te vinden. Op het land van Pieter de Boer achter Kerkweg 11 - 17 kwam het toestel neer. Voordat de bemanning uit het vliegtuig kon komen is de brandstoftank ontploft en daarbij zijn de drie bemanningsleden omgekomen. De bommen zijn later die dag door de Duitsers op het land tot ontploffing gebracht. De drie bemanningsleden liggen begraven op het kerkhof van Veenhuizen (Graven 55 - 56 - 57).

Klok
Op 27 november 1983 kon de klok weer luiden in de toen nieuwe klokkenstoel. De klok, die is gegoten in Mechelen of Utrecht, komt uit 1460. In de Tweede Wereldoorlog is de klok door de Duitsers gevorderd om er oorlogstuig van te maken. De klok was beschilderd met een “P” ter aanduiding, dat de klok historische waarde had. Na de oorlog is de klok weer op zijn plaats gebracht in de toren van de kerk, die in 1965 is gesloopt. Van 1965 tot 1983 is de klok opgeslagen geweest in een werkplaats.

Kerkhof

Het kerkhof van Veenhuizen was tot 1976 de enige algemene begraafplaats van Heerhugowaard. Vanaf 1976 is het alleen mogelijk op het kerkhof van Veenhuizen begraven te worden als er een binding is met Veenhuizen. Veenhuizen is een oud dorp, dat vermoedelijk in de 13e eeuw al bewoond was. In 1289 kwam het onder grafelijk gezag van Floris V. In 1436 werd de heerlijkheid Veenhuizen door Filips de Goed geschonken aan Bertout van Assendelft en Jan Willem Hoichtwoude. In 1582 erfde Reinout van Brederode deze heerlijkheid van zijn moeder. Tot 1854 was het een zelfstandige gemeente. In 1854 is het samengevoegd met de gemeente Heerhugowaard.

Humanistentombe 

In het voorportaal van de kerk staat het humanistenbeeld van Reinout van Brederode. Dit beeld is vermoedelijk gemaakt in het atelier van Hendrik de Keijser. Het is de meest noordelijke graftombe in Noord-Holland. In geheel Nederland zijn maar weinig van deze graftomben. Het grafmonument van Brederode is het enige bekende voorbeeld van een zogenaamde “humanistentombe” uit de eerste helft van de 17e eeuw in ons land. Met het begrip humanisten-tombe duidt men tombes aan van geleerde overledenen, die afgebeeld werden met één of meer boeken, het symbool bij uitstek van kennis en cultuur. Reinout van Brederode was Heer van Veenhuizen. Veenhuizen was de eerste Heerlijkheid die hij kreeg. Later heeft hij nog de Heerlijkheden Spanbroek, Kwadijk en Oosthuizen gekocht. Hij was geboren vermoedelijk in Haarlem en woonde het grootste gedeelte van zijn leven in Den Haag.

Wie was Brederode?
Reinout van Brederode (niet te verwarren met de dichter Brederode) is geboren in 1565/6 vermoedelijk in Haarlem als zoon van Lancelot van Brederode en Adriana Bloys van Treslong. Na een studie rechten in Leiden, Doornik en Padua werd hij raadslid en vervolgens president van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West- Friesland. Hij woonde toen in Den Haag. Van zijn moeder erfde hij de Heerlijkheid Veenhuizen. Later heeft hij de Heerlijkheden Spanbroek , Hobrede, Oosthuizen en Kwadijk gekocht. Door zijn bemiddeling in de Zweeds-Russische oorlog werd hij als dank vrijheer van Wesenberg. Wesenberg ligt in Estland. Hij is viermaal getrouwd geweest. De eerste maal (1597) met Geertruydt een dochter van Johan van Oldenbarnevelt. De vierde vrouw staat in het grafschrift genoemd: Petronella d’Hinoiossa.

De dichter Brederode:

De dichter Gerbrand Adriaensz. Brederode is geboren in Amsterdam in 1585 en is overleden in 1618.Zijn vader was schoenmaker en zakenman en gaf zijn zoon een behoorlijke, niet klassieke, opvoeding. De dichter heeft altijd in Amsterdam gewoond en heeft met Veenhuizen geen enkele binding. Van zijn hand is de uitspraak: “Het kan verkeren”.

DIONYSIUS IN MYN NAEM …
Over de luidklok (1460) in de klokkenstoel bij de kerk van Veenhuizen (gemeente Heerhugowaard)
In de moderne klokkenstoel, die in 1983 gebouwd werd bij de kerk van Veenhuizen, hangt een eeuwenoude luidklok. Deze klok, die tot de oudste objecten van de kerk behoort, dateert uit 1460. De diameter is ca 75 cm, de hoogte ca, 57 cm, het gewicht 258 kilo. De klok hangt, zoals gebruikelijk, aan een eenvoudige zesarmige kroon. Zoals vele middeleeuwse luidklokken heeft ook deze een naam, n.l. Dionysius. Dat is te lezen in de tekst die op de klok staat: ‘DIONICIUS IS MYN NAEM MYN GHELUYT SY GODE BEQUAEM’ . Daarachter staat de ontstaansdatum: ’INT JAER ONS HEREN MCCCCLX (!460)’. Op de klok zijn diverse destijds moderne versieringen aangebracht, zoals een rand met om en om kruisbloemen en fleurs-de-lis. De rand bevat tevens enkele medaillons met bekende christelijke voorstellingen. De klok wordt nog altijd geluid, bijvoorbeeld bij begrafenissen en op 4 mei.

Dionysius
Dionysius, was in de middeleeuwen een bekende heilige, die werd vereerd als een van de helpers in nood. Hij leefde in de 3de eeuw. Ca.250 werd hij door de toenmalige Paus vanuit Italië als missionaris naar Frankrijk gezonden. Daar werd hij de eerste bisschop van Parijs. In 258 werd hij vanwege zijn geloof onthoofd. Dat gebeurde te Montmartre, nu middenin, maar toen nog buiten Parijs gelegen. Na zijn dood ontstond de volgende legende: nadat hij onthoofd was, pakte hij zijn hoofd op en wandelde ermee naar de plek waar hij begraven wilde worden. Daar verrees later de aan hem gewijde abdij van Saint- Denis. Ook de bijhorende plaats -nu een voorstad van Parijs- werd Saint-Denis genoemd. Dat men in Veenhuizen een Dionysiusklok wilde hebben zal samen hangen met het feit dat het middeleeuwse kerkje hier eveneens gewijd was aan de heilige Dionysius. De (kerkelijke) feestdag van Sint Dionysius wordt gevierd op 9 oktober.

Sierringen

Al in de 14 eeuw voorzag men luidklokken v de an één of enkele eenvoudige sierringen. In de tweede helft van de 15de eeuw werd het aantal sierringen groter. De klok in Veenhuizen heeft er liefst 14: drie op de schouder, twee boven en twee onder de tekstband, vijf op de zogeheten faussure (onderaan , waar de klok breder wordt) en twee langs de slagrand (het onderste deel van de klok).

De tekstband 
De letters van de tekstband zijn de destijds gebruikelijke gotische minuskels Het begin van de tekst is gemarkeerd door een andreaskruisje (met vier gelijke armen). De woorden zijn gescheiden door kleine, gestileerde bloemen: fleurs-de-lis (ook Franse lelies genoemd), bestaande uit drie blaadjes: een rechte in het midden, geflankeerd door twee naar buiten buigende blaadjes.

De bijzondere sierrand met boogjes, kruisbloemen en fleur de lis
Onder de tekst bevinden zich niet alleen de twee al genoemde sierringen, maar ook nog een extra sierrand, bestaande uit gedrukte boogjes met aan de uiteinden om en om grote kruisbloemen (kruisvormig ornament, met aan drie uiteinden krullende bladmotieven) en kleine fleurs-de-lis.

De bijzondere medaillons in de sierrand
In die sierrand zijn bovendien enkele bijzondere reliëfs opgenomen. Zo bevindt zich aan de ene zijde van de klok een vierkant medaillon met een mooie voorstelling van Maria met kroon op het hoofd en kind op schoot. Zij wordt geflankeerd door twee engelen. Aan de tegenoverliggende zijde van de klok bevindt zich een rond medaillon, waarin een engel staat die de zo geheten Vera Icon toont: de doek van de heilige Veronica, waarop het W are Gelaat van Christus te zien is. Tussen deze twee grote medaillons bevinden zich twee kleine reliëfs van wapenschildjes, waarop een tweekoppige adelaar met wijd geopende vleugels, uitwaaierende staart en borstschild is aangebracht.

Maker onbekend….
Helaas is de naam maker van deze fraaie en interessante klok,die behoort tot de oudste zes bewaard gebleven luidklokken in Noord-Holland, niet overgeleverd. Misschien had hij het klokkengieten geleerd in de werkplaats van de familie Butendiic, gevestigd in de bisschopsstad Utrecht. Bijna alle bewaard gebleven klokken in Noord-Holland uit de periode 1410-1475 zijn gemaakt door leden van deze familie. Bovendien moet hij vertrouwd geweest zijn met het werk van Brabantse collega’s in Den Bosch en Mechelen.



Carla Rogge, architectuur- en bouwhistoricus, Amstelveen, oktober 2006
 

De middeleeuwse altaarsteen van Veenhuizen:
een hergebruikt sarcofaagdeksel


G.P. Alders


1. Inleiding
Veenhuizen bezit een nieuwe kapel op een oude historische plek. Daar is een prachtig praalgraf uit 1633 te zien, maar ook ligt er een roodzandstenen middeleeuwse altaarmensa oftewel altaarsteen. Over het praalgraf is het nodige bekend, maar de altaarsteen roept vragen op. Hoe oud is het eigenlijk? En kan het zijn gemaakt van een oud sarcofaagdeksel? Er zijn maar weinig vergelijkbare altaartafels bekend.

2. De kerk van Veenhuizen
In 1862 werd de middeleeuwse kerk van Veenhuizen vervangen door een nieuw kerkje, dat in 1965 is gesloopt. In 2016 werd er een archeologisch onderzoek uitgevoerd naar de 17e eeuwse grafkelder van de Brederode’s en de funderingen van de kerk. De eerste keer dat Veenhuizen vermeld werd en toen waarschijnlijk al een kerk had, is het jaar 1289. Uit 1320 dateert de eerste uitdrukkelijke vermelding van Veenhuizen als parochie.
Onder de bakstenen kerkfunderingen werd een veraarde veenlaag gevonden, waarin keramiek uit de periode 1150-1300. Van de middeleeuwse kerk werden bakstenen funderingen aangetroffen uit de tweede helft van de 13e eeuw. Bovendien vond men onder de funderingen menselijk botmateriaal, zodat er ook vóór dit kerkgebouw al een kerk met kerkhof moet zijn geweest. De ouderdom van de stukken bot konden via 14C-dateringen bepaald worden tussen circa 1150 en 1325.

3. De altaarmensa
De altaartafel is in een hoek van de kapelruimte bevestigd. Dit soort stenen was in middeleeuwse kerken van groot belang, omdat zij een centraal punt vormden in de katholieke eredienst. Soms werden oude sarcofaagdeksels in gebruik genomen als altaarsteen en dan is er vaak een stuk in de lengte afgekapt. Het gaat meestal om onversierde deksels waarin vijf kruisjes werden gehakt en die werden gewijd. De vijf wijdingskruisjes vormden de symbolische stigmata van Christus.
De altaarmensa in Veenhuizen bleek inderdaad van een oud sarcofaagdeksel te zijn gemaakt, want hij vertoont duidelijk sporen van het oorspronkelijke gebruik. In het midden is de plaat circa 10 cm dik, maar de randstroken zijn dunner, namelijk 8,5 cm. Deze stroken zijn afgewerkt met frijnslag om vlakke stroken te krijgen die goed op een sarcofaag aansluiten. Op de bovenkant van de plaat is nog vaag een ruitvormig patroon te herkennen dat zeer waarschijnlijk het restant is van een geometrisch versieringspatroon.
Drie van de vijf wijdingskruisjes zijn nog aanwezig. Het ontbreken van de andere twee toont aan dat de plaat later is ingekort. Door het inkorten zal ook het sepulcrum verdwenen zijn. Dit was een kleine holte die werd gebruikt voor het opbergen van een relikwie. Tijdens de wijding werd dit relikwie in de altaarsteen gedaan.

4. De datering van de altaarmensa
De vraag is nu welke datering aan de altaarmensa in Veenhuizen gegeven kan worden. De steen vertoont resten van een oorspronkelijk aanwezig geometrisch decoratiepatroon van diagonalen, die men verwijderd heeft toen het als altaarsteen in gebruik genomen werd. Al in de eerste helft van de 11e eeuw kwamen geometrische decoratiepatronen voor op sarcofaagdeksels. Zij hadden aanvankelijk een vlak reliëf. Het hergebruik van sarcofaagdeksels begon al in de 12e eeuw en liep door tot in de 14e/15e eeuw.  
Tenslotte kan gekeken worden naar het type wijdingskruisjes. Er zijn 28 verschillende vormen van wijdingskruisjes bekend, maar het type dat exact overeenkomt met die in Veenhuizen is één van de oudste die al in de 12e eeuw werd toegepast. Maar een later gebruik van dit kruistype is natuurlijk ook mogelijk.
Als meest voor de hand liggende datering van het sarcofaagdeksel van Veenhuizen kan uitgegaan worden van de 13e/eerste helft 14e eeuw. In die periode waren natuurstenen sarcofagen immers nog steeds in gebruik en bestond het kerkhof van Veenhuizen al. Een datering in de 12e eeuw is echter niet uitgesloten.
In Westfriesland lijkt naar verhouding een hoge concentratie bontzandstenen grafplaten voor te komen. Er wordt wel verondersteld dat het ging om graven van Hollandse edellieden die tijdens gevechten in Westfriesland sneuvelden. Het kunnen echter ook graven van rijke Westfriezen geweest zijn. In Veenhuizen is het echter wel intrigerend dat juist hier een schedelfragment is aangetroffen, waarop sporen waren van een verwonding door zwaard of bijl, mogelijk samenhangend met de strijd tussen Hollanders en Westfriezen.
 
terug