Overweging

Overweging
Het boekje begint met een groot feest, maar daarom is het geen feestrol geworden. Dit feest is het grote drinkgelag van de Perzische koning Ahasveros. De beelden van overvloed en rijkdom buitelen over elkaar heen en zo wil Ahasveros duidelijk maken hoe groot hij is. Als we in onze tijd horen van een corruptieschandaal rondom een woningbouwcorporatie, met een directeur die in een Maserati rondrijdt, dan weten we dat dit van alle tijden is. Het boek Ester gaat niet over een ver verleden.
De gewone mensen komen in dit soort verhalen pas voor als de slachtoffers in beeld komen. De Jood Mordechai doet niet mee met al die corruptie en hoogmoed. In de poort van het paleis weigert hij te knielen voor Haman, de rechterhand van Ahasveros. Haman kan dit niet hebben en als blijkt dat Mordechai een Jood is, moeten alle Joden er aan geloven. Hij stelt een wet op, dat alle Joden in het rijk zullen worden vernietigd.
Mordechai heeft een nichtje Ester, door haar schoonheid is zij groot geworden aan het hof van Koning Ahasveros. Steeds weer als Ester zich bij de koning aandient staat er: ‘en de koning was weg van Ester’. Dat zij tot het Joodse volk behoorde wist niemand.
Zo komt zij in het centrum van dit verhaal te staan. Zij is de enige die het volk kan redden, maar dan moet zij zich als Jodin bekend maken, met alle gevolgen van dien. Er zijn zoveel redenen om dit niet te doen. Hoe herkenbaar is dit, iedereen kent van dit soort momenten, van ‘die zieke buurman zit echt niet op mij te wachten’ tot ‘niemand mag toch verwachten dat ik mijn baan op het spel zet’.
Ester doet wat van haar gevraagd wordt en pleit bij de koning voor haar volk. Alles wordt bepaald door de durf van Ester. ‘Kom ik om dan kom ik om’. De menselijkheid, de goedheid, de barmhartigheid, de redding is steeds weer in handen van mensen die niet wegkijken, maar opstaan. Je bent niet voor niets op die plek in het leven. Wat kun jij als oudere nog betekenen; je hebt de oorlog meegemaakt. In jouw buurt komt een cri-sisopvangcentrum. Denk je aan de waardedaling van je huis, of aan de laatste kans die kwetsbare mensen krijgen. Waar zet je je voor in. Je bent nooit ergens voor niets.
De Bijbel is een verzameling verhalen van mensen die opstaan: Abraham, Mozes, Samuel, David, Deborah, Maria, de barmhartige Samaritaan, de Romeinse hoofdman. Zij staan op in geloof om de humaniteit hoog te houden.
Daarom viert Israël het Poerimfeest; omdat niet het lot – Haman werpt het poer, het lot om het volk te vernietigen- maar de verborgen God het laatste woord heeft. Ester deed haar best en God deed de rest.

HC, met dank aan het boekje ‘Nu of nooit’ van Ad van Nieuwpoort
terug