Overweging

Overweging
Midden jaren zeventig van de vorige eeuw werd deze vergeten traditie opgepakt door de Duitse vastenactie ‘Misereor’. Misereor gaf er een nieuwe betekenis aan door kunstenaars te vragen hongerdoeken te maken vanuit Bijbelse en actuele thema’s. 
Dit jaar is het hongerdoek van de hand van de Duitse kunstenaar Uwe Appold. Het werk heeft een diep blauwe kleur. Vanouds de kleur voor het heilige. In het midden ligt een gouden ring, maar het ligt niet precies in het midden het is naar de rand verschoven. Waar gaat het heen? In de cirkel is een huisje te zien dat niet af is. Wordt het nog afgemaakt? De figuur rechts staat symbool voor de mens, die zijn oor te luister legt. Waar klinkt het Woord? 
Het thema van dit hongerdoek is de vraag 'Mens waar ben je' uit Genesis. Waar ben je als haat en onverschilligheid om zich heen grijpen? Als de aarde uitgebuit en vernield wordt? Waar draag jij verantwoordelijkheid voor de schepping en waar onttrek je je aan die verantwoordelijkheid? Mens, hoe wil je gestalte geven aan de toekomst? 
(zie voor de afbeelding in kleur en uitleg: www.vastenactie.nl ) 

Adam en Eva verschuilen zich voor God, ze hebben toch gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad en proberen de verantwoording te ontgaan.  God zoekt hen. Mens waar ben je?  Sta op en kom tevoorschijn!   Het gaat er niet om verstoppertje te spelen. De roeping van de mens is om er te zijn. Te zijn voor de schepping van God, te zijn voor de naaste, te zijn voor zichzelf.
Wat is jouw, en alleen jouw weg? Bij jezelf beginnen, maar niet bij jezelf eindigen; van jezelf uitgaan maar niet naar jezelf toe streven: jezelf  zijn, maar niet met je zelf bezig zijn. Deze schijnbare tegenstellingen vormen de hoofdstukken in het boekje  van Martin Buber,de weg van de mens . Die weg komt uit bij God. Rabbi Mendel van Kozk verraste eens enkele geleerde mannen, die bij hem te gast waren. met de vraag: 'Waar woont God? 'Ze lachten om hem. ‘De wereld is toch vervuld van Zijn heerlijkheid'  zeiden ze. Rabbi Mendel beantwoordde zijn eigen vraag: 'God woont daar, waar men Hem toelaat'. [1]  De mens kan God alleen daar toelaten waar hij of zij staat, waar men leeft. Op die plek waar wij in het leven gesteld worden, daar worden wij geroepen om beelddragers van God te zijn. 
Henco van Capelleveen
[1]  Martin Buber, de weg van de mens , s'Gravenhage 1968, p. 52


 
terug